Handleiding MiS 2017

Mediation in Strafzaken HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 31 mei 2017 Mr. J.J.M. Uitermark, landelijk ZM-coördinator Mediation in strafzaken HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 2 Inhoudsopgave

  1. Mediation in Strafzaken Pagina 1.1 Inleiding 3 1.2 Wettelijke grondslag 4 1.3 Financiering 4 1.4 Pilotperiode (2014-2016) 4 1.5 Landelijke uitrol in 2017 5

  2. Verwijzers en de verwijsvoorziening 2.1 Verwijzers: rechters en officieren van justitie 6 2.2 De mediationbureaus 6

  3. De Mediation in een strafzaak 3.1 Het aanbod 7 3.2 De mediators 7 3.3 De mediation 9 3.3.1 Startovereenkomst 9 vrijwilligheid, onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid, geheimhouding 3.3.2 Vaststellingsovereenkomst 10 partijen bepalen samen welke inhoud wordt ontsloten aan de verwijzer 3.3.3 Beëindigingsbericht 10 van de mediator aan het Mediationbureau 3.4 Het vervolg van het strafproces 11 terugkoppeling door het mediationbureau aan de verwijzer

  4. Ontwikkelpunten 4.1 Inbedding 11 4.2 Kwaliteitseisen 12 4.3 Jeugdzaken beter aanhaken 12 4.4 Doorontwikkelen verwijzing in zwaardere zaken 12 4.5 Monitoring 12 HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 3

  5. Mediation in Strafzaken 1.1 Inleiding Deze handleiding is geschreven als eerste aanzet om aan belanghebbenden zowel binnen als buiten de eigen organisatie van OM en ZM inzichtelijk te maken hoe de zich ontwikkelende praktijk van mediation in strafzaken thans wordt vormgegeven. Waar in deze handleiding over mediation in strafzaken wordt gesproken wordt – in navolging van Aanbeveling No. R (99) van de Raad van Europa over mediation in strafzaken1 – gedoeld op een proces waarbij het slachtoffer en de (vermoedelijke) dader in staat worden gesteld om op vrijwillige basis actief te participeren in de afdoening van kwesties die voortkomen uit het gepleegde strafbare feit met de hulp van een mediator. Mediation in strafzaken is een vorm van herstelrecht en betreft een bemiddelingsproces dat in het kader van de strafrechtspleging wordt gefaciliteerd. Het richt zich daarbij op delicten waarbij strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie wordt overwogen of reeds is ingezet en in de strafzaak nog geen (onherroepelijke) beslissing over de afdoening van de zaak is genomen2. Mediation in strafzaken vindt dus plaats tijdens de strafrechtprocedure. Uit de aard der zaak volgt dan ook dat deze mediation tussen verdachte en slachtoffer een wisselwerking met het strafproces zal hebben3. Het resultaat van de mediation kan vervolgens van invloed zijn op de uitkomst van de procedure. Dit kan liggen in de beslissing omtrent het al dan niet seponeren van de zaak, het bijstellen van de geëiste strafmaat, of meespelen in de uiteindelijke beslissing van de rechter, zowel ten aanzien van de strafmaat als de vordering van de benadeelde partij. Middels mediation wordt het slachtoffer de kans geboden om erkenning te verkrijgen van wat hem is overkomen, de mogelijkheid om vragen beantwoord te krijgen en invloed te hebben in de wijze van schadeafwikkeling en op de strafrechtelijke afhandeling. Er kan afgesproken worden dat verdachte uit de buurt blijft van het slachtoffer als die kampt met angsten en de officier of rechter kan worden verzocht dit over te nemen, bv als voorwaarde bij een sepot of als bijzondere voorwaarde bij de op te leggen straf). Hierdoor wordt bijgedragen aan het proces van verwerking en afsluiting van het gebeurde. Voor de verdachte betekent mediation allereerst dat hij verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn eigen gedrag. De wijze waarop dit gebeurt, maakt dat de verdachte inzicht krijgt in het eigen gedrag en de gevolgen daarvan. Dit is een eerste vereiste als het gaat om het voorkomen van vergelijkbaar gedrag in de toekomst, met andere woorden het voorkomen van recidive. Tevens krijgt de verdachte de mogelijkheid om spijt te betuigen en bij te dragen aan het herstel van de gevolgen van zijn 1 Recommendation No. R (99) 19 of the Committee of Ministers to Member States concerning Mediation in Penal Matters 2 Mediation in strafzaken betreft dus niet de fase nadat een onherroepelijke strafbeschikking is gegeven of een onherroepelijk vonnis is gewezen . 3 Verdachte en slachtoffer zijn in de strafmediation beiden partij. In de strafzaak is de verdachte procespartij en slachtoffer procesdeelnemer. HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 4 handelen. Mediation draagt bij aan het dejuridiseren van conflicten tussen mensen. In het reguliere strafproces worden vanaf het moment van aangifte bepaalde handelingen naar een strafbaar feit vertaald en is de bewijsvoering hier op gericht. Verdachte komt het zwijgrecht toe en het slachtoffer in bepaalde zaken4 het spreekrecht, maar zij voeren geen gesprek. In mediation is er plaats voor een dialoog waarbij onder deskundige begeleiding wordt primair gekeken naar wat er is gebeurd, welke invloed dat heeft gehad op de betrokkenen en wat er nodig is om dit te herstellen/ schade te vergoeden. Benadrukt wordt dat hierbij ruimte blijft voor bestraffing door de officier van justitie of de rechter. De inzet van mediation in strafzaken is in dat verband een instrument om tot meer maatwerk te komen, voor zowel de betrokken mensen als de maatschappij. De ervaring uit de pilots is dat gemiddeld 78 % van de bij de Mfn mediator gestarte zaken slaagde over de afgelopen 3 jaren. 1.2 Wettelijke grondslag De wettelijke basis voor mediation in strafzaken is gelegen in art. 51h van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Dit artikel biedt het kader voor justitiële verwijzingen en bepaalt dat het OM mediation stimuleert en dat de rechter rekening houdt met de uitkomst van een geslaagde bemiddeling bij de toekenning van een straf en/of maatregel. 1.3 Financiering Eind 2016 heeft de Tweede Kamer het amendement Recourt c.s. (34550-VI-37) aangenomen met betrekking tot mediation in het strafrecht. Dit amendement regelt dat voor 2017 een bedrag van € 1,5 miljoen wordt vrijgemaakt voor de voortzetting van de pilots met betrekking tot mediation in strafzaken. Met voornoemde middelen kunnen ongeveer 1000 strafzaken daadwerkelijk bij de mediator starten middels een startovereenkomst. Daarvoor zijn ongeveer 1660 verwijzingen nodig, aangezien niet alle zaken die worden aangemeld, leiden tot een daadwerkelijke start van mediation. De mediation is voor verdachten en slachtoffers kosteloos. De vergoeding voor de mediator per verrichte mediation bedraagt € 800,-.5 De mediationbureaus ontvangen in 2017 voor het eerst een vergoeding voor de te verrichten werkzaamheden6. 4 Van het spreekrecht kan ingevolge artikel 51e Sv alleen gebruik worden gemaakt in het geval er sprake is van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, dan wel een van de genoemde misdrijven. Slachtoffers van (eenvoudige) mishandeling hebben derhalve geen spreekrecht ter terechtzitting, terwijl deze zaken juist vaak worden gezien in mediation. 5 Dit bedrag is exclusief BTW (€ 968,- incl.BTW) en wordt uitbetaald aan de mediator via het Landelijk Diensten Centrum Rechtspraak op mediationnummer. Het betreft een vaste vergoeding ongeacht de zwaarte van de zaak. Indien de mediation door twee mediators wordt verricht, delen zij deze vergoeding. Indien er in 1 strafdossier meerdere verdachten zijn èn meerdere slachtoffers, kan het mediationbureau besluiten om meer dan 1 mediationnummer aan te maken. 6 De vergoeding voor de mediationbureaus is berekend op gemiddeld 309 euro per aangemelde zaak. HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 5 1.4 De pilotperiode (2014-2016) Mediation in strafzaken is vanaf het begin van de pilotperiode (nov. 2013) in Nederland voor het eerst ingezet met het doel om te onderzoeken of het voor de samenleving, slachtoffers, verdachten en hun sociale omgeving en voor de strafrechtelijke keten een nuttig instrument is dat een eigen plaats verdient binnen de strafrechtelijke afdoening. Rechtspraak en Openbaar Ministerie hebben daarbij nauw samengewerkt. Daarvoor in aanmerking komende strafzaken konden door officieren van justitie en rechters uit de zes pilotregio’s (in de arrondissementen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Noord-Holland, Zeeland/ West-Brabant en Oost-Brabant) worden aangemeld bij de mediationbureaus van de rechtbanken. De helft van de zaken werd doorgeleid naar Slachtoffer in Beeld. Van de door de mediationbureaus naar de (Mfn)mediator geleide zaken, slaagde gemiddeld maar liefst 78 %. De OM/ZM pilot is wetenschappelijk geëvalueerd door Intervict, waarover een rapport is uitgebracht7 . Dit onderzoek bevestigt de waarde van mediation in het strafrecht8. De pilots zijn per 1 november 2016 beëindigd. 1.5 Landelijke uitrol in 2017 De voor 2017 voor mediation in strafzaken beschikbaar gestelde middelen worden, gelet op de wettelijke grondslag en ter voorkoming van rechtsongelijkheid in 2017 uitgevoerd bij alle parketten, rechtbanken en hoven. Dit betekent dat de rechtbanken en parket in 5 niet-pilotregio’s betrokken dienen te worden alsmede de hoven. De in de pilots ontwikkelde werkwijzen zijn in kaart gebracht en verwerkt naar een “Uniforme werkwijze”. Deze uniformering zal leidraad zijn voor het inregelen van de werkprocessen bij de mediationbureaus van de nieuw toetredende regio’s (rechtbank Noord-Nederland, Overijssel, Gelderland, Midden-Nederland en Limburg). De ervaren mediationbureaus vormen daarbij duo’s met de toetreders, zodat ervaring kan worden overgedragen. Daarnaast heeft op 18 april 2017 een landelijke opleidingsdag voor mediationfunctionarissen plaatsgevonden. Deze was met name gericht op het inwerken van de nieuw toetredende regio’s, het leren voeren van aanmeldingsgesprekken met verdachten enerzijds en slachtoffers anderzijds door de mediationfunctionarissen. Tevens hebben twee ervaren mediators hun praktijkervaring gedeeld en is de vastgestelde uniforme werkwijze toegelicht en besproken. Het resultaat is dat de nieuwe regio’s aan de slag kunnen. 7 De rol van herstelbemiddeling in het strafrecht, Eindrapportage onderzoek pilots Herstelbemiddeling. Auteurs: Cleven, I., Lens, K.M.E., Pemberton, Organisaties: WODC, Intervict – Tilburg University https://www.wodc.nl/binaries/2377a-volledige-tekst_tcm28-73209.pdf 8 De rol van herstelbemiddeling in het strafrecht, Eindrapportage onderzoek pilots Herstelbemiddeling. Auteurs: Cleven, I., Lens, K.M.E., Pemberton, Organisaties: WODC, Intervict – Tilburg. Paragraaf 8.6.1. De waarde van mediation in het strafrecht HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 6

  6. Verwijzers en de verwijsvoorziening 2.1 Verwijzers: rechters en officieren van justitie Rechters en officieren verwijzen daarvoor in aanmerking komende zaken middels een gestandaardiseerd aanmeldformulier via de bestaande mediationbureaus van de rechtbanken naar daartoe gekwalificeerde mediators. Mediation kan in beginsel worden ingezet voor ieder strafbaar feit waar nog geen (onherroepelijke) afdoeningsbeslissing is genomen en waarbij de betrokken partijen samen tot herstel en/of een oplossing willen komen. Ook de behandeling van geleden schade maakt daarvan deel uit. Hoewel geen zaken worden uitgesloten, is het een vereist dat de verdachte de feiten die aan de zaak ten grondslag liggen, erkent (de juridische duiding van de handelingen is iets anders; het volstaat dat de verdachte verantwoordelijkheid neemt voor hetgeen feitelijk is gebeurd). Van overige harde criteria is geen sprake, veel wordt overgelaten aan het inzicht van de verwijzer. De verwijzer is daarbij alert op kwetsbare slachtoffers en verdachten (bijvoorbeeld geestelijke beperking/stoornis, machtsrelatie verdachte-slachtoffer).De combinatie van de aard van de beperking en de ernst van het delict kunnen, gelet op de overige omstandigheden van het dossier, een contra-indicatie vormen. Te denken valt hierbij bv aan stalking-zaken. 2.2 De mediationbureaus De bestaande mediationbureaus van de rechtbanken hebben een centrale en cruciale rol vervuld als ‘spin in het web’ bij de totstandkoming van de mediations en bij de verantwoording en monitoring. Hoewel in elke aangemelde zaak zowel slachtoffer (aan Slachtofferhulp Nederland) als verdachte (bij de politie, reclassering of aan de verwijzend OvJ of rechter) in beginsel hebben aangegeven open te staan voor mediation, nemen de mediationbureaus nogmaals contact op met zowel verdachte als het slachtoffer om de mogelijkheid van mediation te onderzoeken. Dit is veelal maatwerk. Informatie wordt verstrekt over9 het verloop van de mediation (individuele intakegesprekken en indien akkoord een gezamenlijk gesprek), de ondertekening van de startovereenkomst bij de start van de mediation, de vrijwilligheid van deelname aan de mediation alsmede dat de uitkomst van mediation wordt toegevoegd aan het strafdossier als beide partijen hiermee instemmen. Benadrukt wordt dat bij deelname aan mediation de strafzaak niet van tafel is maar dat de afdoeningsbeslissing ligt bij het OM of de Rechtbank, die ingevolge artikel 51h van het Wetboek van Strafvordering rekening dient te houden met de uitkomst van de mediation indien deze geslaagd is. Ook worden verdachten en slachtoffers geïnformeerd over de wijze waarop de mediator geïnformeerd wordt over de zaak. Voor een goed verloop van het mediationproces is het van belang dat de mediator voor aanvang van de mediation in het bezit is van het proces-verbaal van aangifte en verhoor, plus een eventueel voegingsformulier. Dit wordt door het mediationbureau nadrukkelijk met partijen besproken. Partijen moeten vooraf met deze werkwijze instemmen. Geborgd wordt aldus dat partijen voor mediation kiezen op basis van weloverwogen informed consent, omdat dat consent optimaal is uitgevraagd. Daarmee wordt bereikt dat partijen, na daartoe enige bedenktijd te hebben gehad, een zo realistisch mogelijke inschatting van verwachtingen 9 Zie Uniforme Werkwijze, pagina 2 HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 7 kunnen maken en worden aarzelingen bespreekbaar gemaakt met een mediationfunctionaris die veel verwijzingservaring in concrete zaken heeft. Gebleken is dat de mediationbureaus dusdoende een belangrijke filterfunctie vervullen; in ongeveer 40 % van de zaken die aanvankelijk met instemming van partijen waren aangemeld, komt het niet tot het opstarten van een daadwerkelijke mediation. Mede door deze filtering zijn wordt verwacht dat de wel verwezen zaken kansrijk zijn. De ervaring uit de pilots is dat gemiddeld 78 % van de bij de Mfn mediator gestarte zaken slaagde over de afgelopen 3 jaren. Indien partijen met informed consent in mediation willen, maken mediationbureaus vervolgens de match tussen de zaak en de mediator. Daarbij is enerzijds de persoon van de mediator van belang (bv. kantoorhoudend in het arrondissement van partijen vanwege het dichtbijheidsbeginsel, de professionele achtergrond – bv juridische of gedragsdeskundige achtergrond- en overige kenmerken zoals bv een bi-culturele achtergrond daar waar nuttig) en anderzijds diens specifieke expertise (bv. civiel-juridische achtergrond bij grote schadezaken) waarbij voorts gestreefd wordt naar evenredige toedeling over de pool van mediators. Voorts registreren de mediationbureaus alle aangemelde zaken en het verloop van het traject10, organiseren de mediationbureaus feedback en bewaken de mediationbureaus de terugkoppelingen en daarin geldende termijnen. Deze bewakingsfunctie is cruciaal voor een efficiënte inpassing van het mediationtraject in de verdere afhandeling van de strafzaak. De termijncontrole borgt dat zaken tijdig worden opgestart en tijdig worden teruggekoppeld aan de juiste verwijzer. Hierdoor verloopt de inpassing in de strafzaak soepel, kan de verwijzend officier van justitie of rechter doorplannen op afhandeling van de zaak en wordt vertraging voorkomen en zittingsruimte niet verspild. Bovendien draagt deze termijnbewaking bij aan het creëren en behouden van draagvlak onder verwijzers.

  7. De mediation in een strafzaak 3.1 Het aanbod Verdachte en slachtoffer, hun advocaten maar ook organisaties als Slachtofferhulp Nederland, de reclassering en de Raad voor de kinderbescherming kunnen om mediation verzoeken bij de officier of rechter. De rechter of officier van justitie kan het ook zelf voorstellen. Het daadwerkelijke aanbod voor mediation in een strafzaak wordt gedaan vanuit de justitiële autoriteit in een lopende strafzaak door het openbaar ministerie of de rechter aan de verdachte en het slachtoffer (in die volgorde). De zaak wordt door de officier of rechter aangemeld bij het mediationbureau. Deze verwijzing maakt onderdeel uit van de processtukken van het strafdossier. In zaken waarbij minderjarige verdachten betrokken zijn, moet zowel aan de minderjarige als aan degene die met het gezag over de minderjarige is/zijn belast, om instemming met de deelname aan mediation gevraagd worden. Het mediationbureau pakt de zaak op en benadert betrokkenen. Indien verdachte of het slachtoffer bij nader inzien bij het mediationbureau aangeeft toch niet in te willen gaan op dit aanbod, start de mediation niet. Het mediationbureau geeft hiervan bericht aan de verwijzer. Dit bericht kan de mededeling bevatten aan wie het mediation aanbod is gedaan en wie niet wilde deelnemen11. Dit 10 in MARS, een landelijk registratiesysteem van de mediationbureaus 11 Voor het afloopbericht wordt pagina 2 van het standaard aanmeldformulier gebruikt. In het veld “Eventuele bijzonderheden” kan worden vermeld wie geen gebruik wilde maken van het aanbod. HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 8 afloopbericht wordt aan het strafdossier van de verdachte toegevoegd en daarmee ter kennisname van het openbaar ministerie of de rechter wordt gebracht. Benadrukt wordt dat deze informatie een processuele mededeling betreft en geen inhoudelijke informatie wordt verstrekt. 3.2 De mediators Het Mediationbureau selecteert uit de beschikbare mediators een mediator en zorgt voor een juiste match. Het Mediationbureau kiest een van de mediators die staan geregistreerd op de rechtbanklijst. Om op de rechtbanklijst12 geregistreerd te staan, dient de mediator in strafzaken: – MfN geregistreerd te zijn13 èn – bij de Raad voor Rechtsbijstand geregistreerd te staan èn – een erkende specialisatie-opleiding Mediation in Strafzaken te hebben voltooid (dan wel op andere wijze aantoonbaar voldoende kennis van Mediation in het Strafrecht hebben verworven). In het MfN-register zijn alleen gekwalificeerde mediators opgenomen die voldoen aan de kwaliteitseisen van de SKM. MfN-registermediators hebben een erkende mediationopleiding gevolgd en houden hun kennis en vaardigheden continu op peil (permanente educatie/ intervisie). Daarnaast zijn MfN-registermediators gebonden aan een bepaalde werkwijze. Iedere MfN-registermediator voert zijn of haar werkzaamheden uit volgens de regels van het ‘mediationreglement voor de MfN-registermediator’14 (de basisprincipes van mediation, zoals vrijwilligheid, beslotenheid en geheimhouding) en conform de ‘gedragsregels voor de MfN-registermediator’15 (de fundamentele beginselen waaraan de mediator is gebonden, zoals onafhankelijkheid, neutraliteit en vertrouwelijkheid). De mediator in strafzaken dient zich dus te houden aan zowel het MfN-reglement, de MfN gedragsregels en de voorwaarden die volgen uit de door de Raad voor Rechtsbijstand geformuleerde Inschrijvingsvoorwaarden Mediators 201716. De MfN-registermediators vallen onder de Klachtenregeling van de SKM. Na de klachtenprocedure kan de klacht voor zover die erop ziet dat de mediator in strijd handelt met de Gedragsregels voor de MfN-registermediator, worden voorgelegd aan de Stichting Tuchtrechtspraak Mediators (STM). Mediations worden zoveel mogelijk gelijkelijk over de deelnemende mediators17 verdeeld. De mediator die begint met mediation in strafzaken dient eerst onbetaald 3 co-mediations in strafzaken te doen en vervolgens 5 mediations te verrichten samen met een duo-mediator. (het honorarium dient met de andere mediator gedeeld te worden). 12 Vanwege het beperkte aantal zaken (1000) en de vanuit kwaliteitsoogpunt verlangde ervaringseisen, wordt in 2017 een beperkt aantal mediators toegelaten op de lijst. 13 Het MfN-register (MfN staat voor Mediatorsfederatie Nederland) wordt beheerd en onderhouden door de Stichting Kwaliteit Mediators (SKM). 14 https://mfnregister.nl/content/uploads/sites/3/2014/02/MfN-Mediationreglement_2017.pdf 15https://mfnregister.nl/content/uploads/sites/3/2014/02/Gedragsregels_voor_de_MfN-registermediator_2017.pdf 16 http://www.rvr.org/binaries/content/assets/rvrorg/advocaten/over-aanvragen/inschrijven/inschrijvingsvoorwaarden/inschrijvingsvoorwaarden-rvr-mediators-2017-versie-1.0.pdf 17 Zie Uniforme Werkwijze, pagina 3. HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 9 In de nieuwe regio’s geldt afwijkend hiervan dat voor heel 2017 in duo gewerkt moet worden. Ook in de pilotregio’s is dit de praktijk geweest teneinde met een relatief beperkt aantal zaken zoveel mogelijk mediators in staat te stellen ervaring op te doen en deze te delen. In de pilotregio’s kunnen mediators die als ervaren worden aangemerkt, zelfstandig strafmediations verrichten. Een mediator wordt als ervaren aangemerkt indien hij de afgelopen drie jaar tenminste 10 mediations in strafzaken heeft gedaan. 3.3 De Mediation Mediation is een mogelijkheid om een begeleide dialoog te faciliteren tussen de verdachte en het slachtoffer. Het doel van de mediation is dat partijen met elkaar in gesprek gaan over de gebeurtenis die tot de aangifte aanleiding heeft gegeven om zo mogelijk afspraken te maken over herstel, over de toekomst en over de schade. Belangrijk daarbij is dat de verdachte de basisfeiten van het gebeurde erkent en dat het delict impact heeft gehad op het slachtoffer. Deelname aan de mediation door verdachte en slachtoffer, nadat ze daarover goed zijn geïnformeerd, gebeurt op basis van vrijwilligheid. De eis dat deelname gebeurt op basis van vrijwilligheid geldt niet alleen voor het aanvangsmoment, maar gedurende de gehele mediation. Partijen kunnen de mediation op elk moment beëindigen. Voor het slachtoffer kan deelname aan mediation betekenen: erkenning van wat hem of haar is overkomen, de mogelijkheid om vragen te stellen aan de verdachte en inspraak in de wijze van schadeafwikkeling. Voor de verdachte betekent mediation dat hij of zij verantwoordelijkheid wil nemen voor zijn of haar gedrag en de gevolgen daarvan. De verdachte krijgt de mogelijkheid om spijt te betuigen en bij te dragen aan het herstel van de gevolgen van zijn handelen. Ook kunnen er afspraken worden gemaakt over ontstane schade en hoe toekomstige strafbare gedragingen kunnen worden voorkomen. De mediation vindt plaats tussen slachtoffer en verdachte onder leiding van een daartoe gekwalificeerde MfN-mediator, maar derden kunnen ook betrokken worden. 3.3.1 Startovereenkomst (vrijwilligheid, onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid, geheimhouding) Tijdens de eerste bijeenkomst, die eerst met verdachte alleen plaatsvindt en vervolgens met het slachtoffer alleen, bespreekt de mediator de procedure. Vervolgens ondertekent elke partij de startovereenkomst Mediation in Strafzaken. Deze bevat tenminste de bepalingen die zijn opgenomen in de model Startovereenkomst Mediation in Strafzaken (zie Bijlage III). Ook de mediator tekent. Daarin is onder meer bepaald dat de mediators neutraal zijn, onafhankelijk en voor alle partijen. Alles wat tijdens de mediation besproken wordt is vertrouwelijk. Door de startovereenkomst te tekenen verplichten partijen zich tot geheimhouding18. Ook personen en adviseurs die geen partij zijn maar toch bij de mediation worden betrokken, tekenen een geheimhoudingsverklaring. 18 De mediator is tot geheimhouding verplicht tenzij hij door de mediation kennis verwerft over mogelijke toekomstige strafbare feiten. HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 10 De minderjarige wordt gevraagd of hij bijstand wenst van degene die met het wettelijk gezag over hem is belast –meestal een of beide ouders- maar ook of hij wil worden bijgestaan door een vertrouwenspersoon –bv. familielid/ bekende/ vriend. In het eerste gesprek met verdachte wordt veelal besproken welke feiten en gevoelens bij de verdachte speelden ten tijde van het delict, hoe verdachte nu naar deze feiten kijkt en welke gevoelens verdachte daar nu bij heeft. Ook wordt er gesproken over de consequenties van het gepleegde delict voor de verdachte en wat hij zou willen doen voor het slachtoffer, diens familie en/of maatschappij? Vervolgens heeft de mediator een afzonderlijk gesprek met het slachtoffer. Onderwerpen die in dit gesprek centraal staan zijn de consequenties van het gepleegde delict voor het slachtoffer en het definiëren van wensen en belangen van het slachtoffer (bijvoorbeeld het herstel van de materiele en/of immateriële schade, excuses en andere compenserende maatregelen). Besproken wordt wat de bijdrage van de verdachte kan zijn om de gewenste doelstelling te bereiken en of het slachtoffer het wenselijk vindt om een gesprek te hebben met de verdachte. In de meeste gevallen volgt na de individuele gesprekken een gezamenlijk gesprek tussen verdachte en slachtoffer onder leiding van de mediator. De gesprekken vinden in beginsel plaats in de mediationruimtes van de rechtbank of van het openbaar ministerie die daartoe zijn aangewezen. Door de mediation in strafzaken te organiseren binnen een gebouw van justitie, wordt gemarkeerd dat er sprake is van een justitieel kader (een lopende strafzaak). Tevens is dit van belang uit oogpunt van veiligheid. 3.3.2 Vaststellingsovereenkomst (partijen bepalen samen welke inhoud wordt ontsloten aan de verwijzer) Partijen bepalen bij een succesvolle mediation zelf de inhoud van hetgeen ontsloten wordt aan de verwijzer. Zij hebben het recht om eventuele afspraken grondig door te lezen en met behulp van een eigen advocaat of adviseur te controleren alvorens tot ondertekening over te gaan. Afspraken worden schriftelijk vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Die overeenkomst is bindend en kan een verzoek aan de officier van justitie of de rechter bevatten. Daaruit kan blijken wat er tijdens de mediation is besproken en op welke overwegingen partijen hun afspraken baseren. Partijen worden voor de ondertekening in de gelegenheid gesteld om zich te laten adviseren door hun advocaat of adviseur. De overeenkomst wordt na ondertekening openbaar in die zin dat deze via het mediationbureau wordt toegezonden aan de rechtbank en/of de behandelende officier van justitie en wordt toegevoegd aan het lopende strafdossier. 3.3.3 Beëindigingsbericht (van de mediator aan het Mediationbureau) De mediator stuurt na beëindiging van de mediation een bericht naar het mediationbureau. Hierop wordt het resultaat van de mediation vermeldt. Het betreft de processuele mededeling dat de mediation is geslaagd of niet geslaagd. In geval de mediation niet is geslaagd wordt nog vermeld of er na de startovereenkomst een gemeenschappelijk gesprek heeft plaatsgevonden of pendelmediation. Ten aanzien van de niet geslaagde mediation bevat het beëindigingsbericht geen informatie over de reden van beëindiging, tenzij alle partijen daarover iets kenbaar willen maken. HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 11 3.4 Het vervolg van het strafproces (terugkoppeling door het mediationbureau aan de verwijzer) Het Mediationbureau informeert het OM en de rechter over de uitkomst van de mediation. De mediation neemt in totaal maximaal 6 weken in beslag. Hierdoor kunnen officieren en rechters die een strafzaak hebben verwezen, meteen doorplannen op de vervolgstap (de rechter kan een nieuwe zittingsdatum meedelen of plannen en de OvJ kan een routeringsbeslissing nemen). Deelnemers aan de mediation dienen zich te realiseren dat een geslaagde mediation niet zonder meer leidt tot een (voorwaardelijke) sepotbeslissing in de strafzaak. De uitkomst van de mediation wordt wel mee-gewogen in de vervolgingsbeslissing van het OM. Indien de zaak na afloop van een geslaagde mediation op een zitting komt, is de rechter ingevolge artikel 51h Sv wettelijk verplicht rekening te houden met de vaststellingsovereenkomst die in het kader van de mediation is opgemaakt.

  8. Ontwikkelpunten De verdere ontwikkeling van mediation in strafzaken beslaat onder andere onderstaande aandachtsgebieden. Het verder kunnen doorontwikkelen hangt evenwel samen met de beslissing over de structurele inbedding van mediation in strafzaken, na 2017. Hierover bestaat thans nog geen duidelijkheid. 4.1 Inbedding en samenwerking (keten)partners In het rapport van Intervict is benadrukt19 dat aandacht voor de inbedding in organisaties van groot belang is voor het welslagen van mediation in het strafrecht. Daarbij werd aangegeven dat dit veelal een zaak is van lange adem. Ook constateerde Intervict dat in de OM/ZM pilot afhankelijkheid bestaat van de bereidwilligheid van individuen om mee te werken. Dit is op meerdere fronten problematisch, maar van primair belang zijn de moeilijkheden die dit oplevert voor de doorverwijzing en informatievoorziening. De inbedding is onder meer verbeterd middels de recent vastgestelde documenten, die door alle mediationbureaus zullen worden gebruikt. Het betreft de uniforme werkwijze, het aanmeldformulier en het beëindigingsbericht. Tevens maken de mediators gebruik van een model startovereenkomst in strafzaken. Voorts is op 23 mei 2017 voor het eerst een landelijk Infoblad Mediation in Strafzaken uitgebracht, die binnen ZM en OM is uitgezet, op www.om.nl en www.rechtspraak.nl is gepubliceerd20 en onder ketenpartners is verspreid. Het infoblad beoogt onder meer om kennis en informatie te delen. Vanuit het samenwerkingsverband tussen OM en ZM worden verbeterpunten gesignaleerd21 en 19 De rol van herstelbemiddeling in het strafrecht, Eindrapportage onderzoek pilots Herstelbemiddeling. Auteurs: Cleven, I., Lens, K.M.E., Pemberton, Organisaties: WODC, Intervict – Tilburg University https://www.wodc.nl/binaries/2377a-volledige-tekst_tcm28-73209.pdf Paragraaf 8.6.4. Inbedding binnen organisaties 20 https://www.om.nl/onderwerpen/slachtoffers/gesprek-verdachte/ en https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/infoblad-mediation-in-strafzaken-1.pdf 21 Bv. het aanmaken van een ICT-codering (voor GPS) bij verwijzing vanaf de zitting in een zaak met een digitaal dossier. HANDLEIDING VERWIJZING NAAR MEDIATION IN STRAFZAKEN DOOR OPENBAAR MINISTERIE EN ZITTENDE MAGISTRATUUR (OM/ZM) 12 opgepakt en wordt voorts contact gehouden met relevante ketenpartners en andere betrokkenen, zoals de Raad voor de Kinderbescherming, SHN, politie, advocatuur, reclassering, MfN, VMSZ, Perspectief Herstelbemiddeling, erkende opleidingsinstituten en de wetenschap. De landelijk ZM coördinator mediation in strafzaken speelt daarin een voortrekkersrol. 4.2 Kwaliteitseisen De thans gestelde eisen (MfN registratie èn registratie bij de Raad voor Rechtsbijstand èn een specialisatie-opleiding Mediation in Strafzaken hebben voltooid dan wel op andere wijze aantoonbaar voldoende kennis van het Strafrecht hebben verworven) zien erop dat gewerkt wordt met hooggekwalificeerde mediators. Kwaliteit van optreden vereist echter ook een bepaald aantal mediationverrichtingen per jaar. Gelet op het beperkte aantal zaken per jaar en het grote aantal mediators dat voldoet aan de gestelde eisen, bestaat er op dit onderdeel spanning. Dit betekent voor 2017 dat gewerkt wordt met de mediators die reeds in de pilot betrokken waren en daarnaast een beperkt aantal mediators op de rechtbanklijsten kunnen worden toegevoegd. Met onder meer de SKM, de Raad voor de Rechtsbijstand, de MfN en de Vereniging Mediators in strafzaken zal worden bezien welke nadere kwaliteitscriteria geformuleerd en geborgd dienen te worden. 4.3 Jeugdzaken beter aanhaken Met de landelijk jeugdofficier en een vertegenwoordiger van de landelijke expertgroep Jeugdrechters zijn in april 2017 verkennende gesprekken gevoerd hoe jeugdzaken beter dan voorheen kunnen worden betrokken bij mediation in strafzaken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is hierin betrokken en gezamenlijk wordt een werkwijze ontwikkeld. 4.4 Doorontwikkelen verwijzing in zwaardere zaken Voor het verwijzen van zwaardere strafzaken bestaat nog ruimte voor verbetering. Wel zien we dat de praktijk hier naar toe groeit. Inmiddels zijn verschillende cybercrime-zaken en een verkeerszaken verwezen. In het Infoblad zal hier aandacht aan worden besteed om verwijzers te inspireren. Ook zal hiervoor op diverse (jurisprudentie) overleggen aandacht worden gevraagd. 4.5 Monitoring De registratie door de Mediationbureaus in het systeem Mars biedt gelegenheid om te monitoren naar soort zaak, doorlooptijd en type verwijzer (officier van justitie of rechter). Deze informatie zal gebruikt worden als input voor doorontwikkeling.