position paper VMSZ voor AO vaste commissie JenV 23 maart 2022

Amstelveen/Zoetermeer, 3 maart 2022


Aan : Vaste commissie voor Justitie en Veiligheid

Betreft : Position Paper van de Vereniging van Mediators in Strafzaken (VMSZ) voor het Commissiedebat van de Vaste commissie Justitie en Veiligheid d.d. 23 maart 2022 over Arbitrage, Mediation en Herstelrecht.



Geachte dames en heren leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,


Vijf jaar na de landelijke uitrol van Mediation in Strafzaken (MiS) is het succes van deze herstelrechtelijke interventie in het strafrecht nog onverminderd groot. Ook in 2021 was het slagingscijfer 83 % van het aantal gestarte mediations, wat stabiel past bij de lijn van de voorgaande jaren. Het aantal verwijzingen in jeugdzaken nam toe met 51%; het slagingspercentage in jeugdzaken was in 2021 89%.

Hiermee wordt echter het potentieel van MiS nog niet ten volle benut. Een belangrijke reden daarvoor en tevens de rem daarop is de beperking in het budget. Al sedert de landelijke uitrol in 2017 staat MiS voor een bedrag ad € 1.000.000 op de begroting. Een aanvullend bedrag €300.000 is geoormerkt voor jeugdzaken (in totaal is derhalve 1,3 miljoen beschikbaar).

Hierin wordt tot en met 2026 geen wijziging voorzien, blijkens de meest recente begroting van het ministerie van justitie. Met dit bedrag kan slechts een beperkt aantal mediations in strafzaken worden uitgevoerd terwijl het aantal verwijzingen toeneemt en nog verder zal groeien. Met het huidig aantal praktiserende, gespecialiseerde mediators in strafzaken zouden met gemak twee keer zoveel mediations begeleid kunnen worden.


Reeds in de begroting van 2019 werd aangegeven dat voor MiS een groeimodel geldt.[1] In de beantwoording van een Kamervraag van Van Nispen (SP) in het AO van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van 20 februari 2020 [2] gaf (toen) minister Dekker aan: “De mensen in het veld moeten zich niet laten weerhouden door het budgetplafond. Als er net als vorig jaar aan het eind van het jaar een tekort is, gaan we een oplossing zoeken. Als zich dat ieder jaar voordoet, dan is het wel zo netjes om de begroting af te stemmen op wat er reëel nodig is in strafzaken, door het plafond aan de begroting voor MiS weg te nemen.”

Vóór Corona was het budget steeds in oktober van het jaar op, en zelfs tijdens Corona hield het (met minder verwijzingen) niet over.


In de (laatste) voortgangsbrief van 18 december 2020 schrijft (toen) minister Dekker aan uw Kamer: “De inzet van herstelrecht in het strafrechtelijk domein is volop in ontwikkeling. Dat is positief, want het inzetten van voorzieningen als mediation en herstelbemiddeling heeft meerwaarde voor slachtoffers, verdachten en de samenleving. Ik heb dat dit najaar ervaren toen ik op bezoek was bij de rechtbank Noord-Holland. Het is indrukwekkend wat mediation betekent voor de verwerking bij het slachtoffer en voor de bewustwording en spijt bij de dader. Zo vormt de inzet van herstelrecht een meerwaarde voor de maatschappij als geheel.”


Een verdere groei ligt in het verschiet, nu Nederland op 14 december 2021 de ‘Declaration of the ministers of justice of the Council of Europe member States on the role of restorative justice in criminal matters’ heeft ondertekend. U treft deze als bijlage aan. Daarin roepen de ministers van justitie van de Raad van Europa op, de lidstaten te ondersteunen in het op verschillende manieren verder implementeren van herstelrecht binnen het eigen strafrechtsysteem, onder andere door: “i. Develop national action plans or policies, where necessary, for the implementation of Recommendation CM/Rec (2018)8 on restorative justice in criminal matters, by ensuring interagency co-operation nationwide, adequate national legislation and funding, while reflecting on the idea that a right to access to appropriate restorative justice services for all the interested parties, if they freely consent, should be a goal of the national authorities;

Met zoveel woorden wordt de financiering (funding) als belangrijk element genoemd. Daarmee staat het tot 2026 vastgestelde plafond aan de begroting voor Mediation in Strafzaken in contrast.


Het potentieel van MiS is ook in andere opzichten nog onderbenut. MiS kan een bijdrage leveren aan het wegwerken van achterstanden, de zogeheten “plank-zaken”. MiS kan een (veel) grotere rol spelen in zaken die het Openbaar Ministerie middels een strafbeschikking af doet. Recentelijk nog heeft de Nationale Ombudsman aangekaart dat slachtoffers van strafbare feiten in het strafbeschikkingstraject buiten beeld blijven. Door middel van mediation kan in een dergelijke zaak het slachtoffer gehoord worden en kunnen diens belangen meegewogen worden, of kan zelfs schadevergoeding overeengekomen worden. Onze VMSZ mediators begeleiden in de MiS-praktijk ook in toenemende mate groepsmediations, waarbij niet slechts tussen aangever en verdachte wordt bemiddeld, maar tussen meerdere aangevers en verdachten, en ook tussen groepen. Daarbij worden niet zelden andere “stakeholders” meegenomen, zoals begeleiders, maatschappelijk werk, hulpverleners, maar ook kan de (directe) gemeenschap in de mediation betrokken worden. Al deze zaken vallen binnen het domein van MiS, zoals dit in het Beleidskader herstelrechtvoorzieningen gedurende het strafproces van 8 januari 2020 is vastgelegd. In de wat verder weg gelegen toekomst kan MiS zeker ook op andere terreinen goede diensten bewijzen, te denken valt aan MiS in het kader van voorwaardelijke invrijheidstelling (VI), in de laatste fase van de detentiefasering of bij resocialisatie na detentie.


Juist omdat MiS zich binnen het strafrechtelijk kader bevindt, is het van belang dat de mediators die deze uitvoeren terdege gespecialiseerd en ervaren zijn. Hiervoor is ten eerste noodzakelijk dat de mediators kennis van zaken hebben, de benodigde vaardigheden bezitten, deze op peil houden en vooral ook ervaring kunnen blijven op doen. Het gaat bij MiS om een geconcentreerde vorm van mediation, met een koppeling naar de strafrechtketen, hetgeen bijzondere kwaliteiten van de mediators vraagt.[3] Om deze redenen voeren de VMSZ-mediators mediations van meet af aan met twee mediators uit. Zowel voor het slachtoffer als voor de verdachte zijn in het strafrechtelijke traject grote belangen gemoeid, met verstrekkende gevolgen. Van partijen wordt gevraagd zich jegens de ander open en daarmee kwetsbaar op te stellen, in een voor hen in beginsel imponerende context. Daar dient uiterst zorgvuldig mee te worden om gegaan. De gehanteerde wijze van uitvoering is een belangrijk element van MiS, en hierop wordt voorgebouwd in het Plan van aanpak Pilot Mediation Innovatiewet strafvordering d.d. 30 juli 2021: “de mediations zullen worden uitgevoerd door twee ervaren, geselecteerde en getrainde strafmediators”. Dit brengt ons op een tweede punt waarvoor de VMSZ graag de aandacht vraagt. De vergoeding voor de mediators is vanaf het prille begin, de allereerste pilot in 2010, vastgesteld op € 800 ex btw per mediation (i.e. € 400 ex btw per mediator) ongeacht het aantal door de mediators bestede uren, en daarna nooit verhoogd of zelfs maar geïndexeerd. Genoemde vergoeding voorziet daarbij niet in vergoeding van de reistijd, reiskosten, of enige andere kostenvergoeding. Omdat MiS in de regel op de rechtbank plaatsvindt, behoeft het geen nader betoog dat mediators kosten maken: in arrondissementen met twee rechtbanken is de reistijd soms niet gering, evenmin als de reiskosten, maar ook in plaatsen met een eigen rechtbank staat deze niet altijd naast de deur, en kunnen parkeerkosten aanzienlijk zijn. Bij no-shows (van één van de deelnemers) ontvangen de mediators geen enkele vergoeding. Zeker in de hierboven genoemde groepsmediations staat de tijdsbesteding van de mediators in geen enkele verhouding meer tot de vergoeding. De vergoeding voor mediators in strafzaken houdt zelfs geen gelijke tred met het aantal punten dat per 1 januari 2022 aan gefinancierde mediations (toevoegingen) wordt toegekend, namelijk 10 (ad € 119,40 per punt = € 1194 ex btw per mediation). De vergoeding is simpelweg te laag.

Dat betekent dat onze VMSZ mediators in strafzaken naast hun MiS mediations nog een niet onaanzienlijk deel van hun tijd aan een andere praktijk moeten besteden. Dat komt de ervaring die nodig is voor MiS niet ten goede. Het vraagt ook extra investeringen in opleiding, Permanente Educatiepunten, et cetera. Het ware te verkiezen dat een mediator in strafzaken zich desgewenst volledig op die mediations kan richten, dat komt de kwaliteit ten goede.

Hoewel het op dit moment wellicht nog toekomstmuziek is, is een eerste stap in die richting noodzakelijk: verhoging van de vergoeding. De VMSZ heeft hierover al gesprekken gevoerd met zowel de Landelijk Coördinator Mediation in Strafzaken als het ministerie van JenV (Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, Directie Rechtsbestel, Afdeling Rechtspraak & Geschiloplossing). Hoewel dat plezierige gesprekken waren blijft het ministerie van een ongewijzigd budget uit gaan, en biedt het geen uitzicht op verandering daarin. In die optiek leidt een hogere vergoeding per mediation tot minder mediations, hetgeen de VMSZ een ongewenst gevolg vindt. Ook in het geval men de mediations met slechts één mediator uit zou voeren, zal dat nog altijd niet tot meer mediations leiden, de kosten blijven dan immers gelijk: € 800 per mediation, alleen dan voor één mediator. Die zal echter geen hogere verdiensten hebben, aangezien de mediator in dat geval als solo de helft minder mediations zal uitvoeren dan thans als duo-mediator. Als betoogd vindt de VMSZ dat uit oogpunt van kwaliteit onwenselijk. Het bewezen succes van MiS, dat ook internationale erkenning heeft gekregen, stoelt mede op de hoge kwaliteit die de werkwijze met twee (duo)mediators heeft bewezen te leveren. Bovendien past het door het ministerie ingenomen standpunt niet bij het herhaaldelijk bevestigde beleidsuitsgangspunt dat voor MiS groei voorzien wordt, de begroting moet die groei immers wel mogelijk maken.


De VMSZ-mediators in strafzaken hebben vanaf het begin de ontwikkeling en het verder brengen van deze herstelrechtelijke interventie voorop gesteld. Zij hebben zich wat hun vergoeding betreft daaraan ondergeschikt gemaakt. Zeker nu MiS mede in het licht van bovengenoemde Declaration in de toekomst een (nog) hogere vlucht zal mogen nemen, mag verwacht worden dat aan de mediators een reële vergoeding wordt toegekend. Daarvoor is nodig, dat het plafond van de begroting af gaat, en dat - in goed overleg – daarover nieuwe afspraken worden gemaakt. Samengevat vraagt de VMSZ van u het mogelijk te maken dat mediation in strafzaken de kans krijgt haar potentieel verder te benutten onder toekenning van een reële vergoeding aan de VMSZ -mediators.

Zij is met het oog daarop bijzonder verheugd met de motie Van Nispen voorgesteld op 7 februari 2022 (aangehouden)[4] waarin de regering verzocht wordt de mogelijkheid te onderzoeken om het budget voor mediation in strafzaken structureel te verhogen om zo mediation in strafzaken in de toekomst vaker in te kunnen zetten.


De VMSZ verzoekt uw Kamer om zorg te dragen voor een open-einde begroting voor mediation in strafzaken, met een reële, fatsoenlijke, standaardvergoeding per mediation voor twee mediators, alsmede met eenzelfde regeling voor differentiatie van de vergoeding bij no-shows en bij groepsmediations.

Onder dankzegging voor uw aandacht verblijf ik,

met vriendelijke groet,



Antonietta Pinkster, voorzitter VMSZ


[1] https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2019/OWB/VI/onderdeel/d17e974 2.1 Beleidsprioriteiten | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl) “In het verlengde hiervan spant het kabinet zich ook in op verdere uitbreiding van mediation in strafrecht. Mediation tijdens een lopende strafzaak kan in gevallen die zich daar toe lenen een zinvolle manier zijn om bij te dragen aan de afdoening van een strafzaak.” [2] 35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020 Nr. 120 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 17 april 2020. [3] Zie ook Geenen M-J., Kalter M., Mazijk van T., Uitslag M. en Lamkaddem M. ‘ Mediation in strafzaken: geborgd in kwaliteit. Een onderzoek naar kwaliteitseisen voor mediators in strafzaken. 2019, Hogeschool Utrecht. [4] 35869-18 07 februari 2022 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter bevordering van innovatie van verschillende onderwerpen in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering (Innovatiewet Strafvordering) MOTIE VAN HET LID VAN NISPEN Wetgevingsoverleg - Innovatiewet Strafvordering (35869)