Verhalen uit de Praktijk: 'De klap, die niemand bedoelde te geven...'
- penningmeester120
- 12 jan
- 3 minuten om te lezen
DE KLAP, DIE NIEMAND BEDOELDE TE GEVEN
Het dossier is helder: mishandeling van een beveiliger met letsel. De beveiliger heeft een gebroken neus. Er is aangifte gedaan en de verdachte bekent.
Maar wie het verhaal achter het dossier kent, weet dat wat een dossier op het eerste oog zegt, niet altijd gelijkstaat aan waarheid.
WAT ER GEBEURDE
Een uitgaansnacht in een studentenstad loopt uit de hand. Twee jonge mannen, veel alcohol, irritatie, woorden die te snel worden uitgesproken. De beveiliging grijpt in voordat het echt misgaat. Buiten lijkt de rust terug te keren, tot één van hen zich losrukt en alsnog een klap uitdeelt. Chaos. Geschreeuw. Een reflexreactie. En dan: bloed.
De klap die volgde was niet bedoeld voor de man die hem kreeg. De beveiliger draaide zich om op het verkeerde moment en ving hem vol op zijn neus. Het resultaat: paniek, een ambulance, drie weken herstel. De oorspronkelijke agressor verdwijnt en degene die blijft, wordt verdachte.
In het strafrecht is dat begrijpelijk. In het leven voelt het wrang.
DE MEDIATION
Tijdens de mediation zit de beveiliger aan tafel, net terug op zijn werk. Hij spreekt rustig, zonder verwijt. Hij voelt zich geen slachtoffer van doelbewust geweld, zegt hij, maar hij heeft wel de gevolgen ervan ondervonden. En dat verdient erkenning.
De jongeman tegenover hem — laten we hem Joost noemen — is zichtbaar gespannen. Hij vertelt hoe er die avond al over zijn grens was gegaan. Hij kreeg een drankje over zich heen. Een duw. Te veel prikkels. Een reflex. En uiteindelijk ook een nacht in de cel. De schaamte daarover zit dieper dan hij vooraf had verwacht. Hij herhaalt meerdere keren: “Het was niet mijn bedoeling.”
Maar hij weet ook: de impact is er, los van zijn intentie.
Wat opvalt in het gesprek is wat níet gebeurt. Er wordt niet geschreeuwd, niet verdedigd, niet geminimaliseerd. Er is ruimte om te luisteren — echt luisteren — en om verantwoordelijkheid te nemen voor wat wél is gebeurd.
Dan zegt de beveiliger iets onverwachts.
“Jij bleef rustig,” vertelt hij. “Dat zie ik niet vaak. Ik had hem vast. Het was niet nodig dat jij dit moest oplossen. Het is jammer dat jij hier zit, en niet hij.”
Het is een moment van gelijkwaardigheid. Geen dader tegenover slachtoffer, maar twee mensen die ieder op hun eigen manier geraakt zijn door dezelfde gebeurtenis.
Joost biedt zijn excuses aan. Niet omdat het moet, maar omdat hij begrijpt wat zijn handelen heeft veroorzaakt. De beveiliger accepteert ze. Wat hem betreft kan hij het voorval nu afsluiten. Wel vraagt hij vergoeding van de taxikosten naar de rechtbank. Joost betaalt ze ter plekke.
Als ze de ruimte verlaten, is de spanning verdwenen. Wat resteert is opluchting. En iets dat een strafzaak alleen niet zou bewerkstelligen: wederzijds respect en herstel.
Mediation in strafzaken maakt zichtbaar wat procedures soms niet kunnen vangen. Dat herstel begint bij erkenning en het besef dat verantwoordelijkheid nemen meer is dan schuld bekennen. En dat recht doen soms betekent: stilstaan bij wat niemand zo had bedoeld, maar wat wel is gebeurd.
-------------------------
Disclaimer: De namen in deze casus zijn fictief en sommige details zijn aangepast om de herkenbaarheid van betrokkenen te voorkomen. Hoewel deze situatie gebaseerd is op een echte mediation, kan het zijn dat lezers zich hierin herkennen vanwege een vergelijkbaar incident. Dat is niet ongebruikelijk: mediation raakt vaak aan universele thema’s zoals impulsiviteit, verantwoordelijkheid en herstel.


Opmerkingen